Meedoen maakt gelukkig: Waarom sporten extra belangrijk is voor kinderen met een beperking

Voor kinderen met een beperking kan sport een wereld van verschil maken – niet alleen fysiek, maar ook mentaal en sociaal. “Sport kan soms meer betekenen dan revalidatie”, vertelt Hester Herweijer, kinderrevalidatiearts bij Revalidatie Friesland. “Tijdens een medische behandeling kan ik maar een deel beïnvloeden van wat een kind uiteindelijk aan mogelijkheden heeft. Maar via sport, zie ik zoveel moois gebeuren.’’

Van glunderen tot groei

Hester werkt dagelijks met kinderen die een lichamelijke en/of cognitieve beperking hebben. Ze ziet van dichtbij hoeveel plezier en zelfvertrouwen sport kan geven aan kinderen met een beperking. “Een aantal van mijn patiënten heeft meegedaan met de bijzondere Eredivisie,” vertelt ze. Dit wordt georganiseerd met sc Heerenveen. Hierbij mogen de kinderen in de rust van een wedstrijd op het doel schieten en hebben ze meet-and-greets met spelers. “Dat zijn de gouden momentjes. Je ziet ze glunderen.”

Ook tijdens andere activiteiten ziet Hester hoe sport kinderen laat stralen. “Bijvoorbeeld tijdens een vossenjacht bij de framerunners van atletiekvereniging Impala in Drachten. Ik deed zelf mee als vos. Je zag meteen de herkenning in de ogen van de kinderen: ‘Hé, maar ik ken jou!’ Dat zijn zulke waardevolle momenten. Daar gebeurt iets.”

Dankzij het Foppe Fonds kon deze framerunninggroep frames gebruiken die speciaal zijn aangeschaft voor de club. “Zonder zulke steun is dit soort sportaanbod vaak niet mogelijk.”

Inclusie voor ieder kind

Inclusiviteit gaat volgens Hester verder dan een toegankelijk gebouw. “Het draait ook om zichtbaarheid, betrokkenheid en meedoen op een gelijk niveau,” zegt ze. Daarom pleit ze bijvoorbeeld voor aangepast sporten als vast onderdeel binnen reguliere sportverenigingen. “Niet als apart programma, maar echt samen.” Ze ziet hierin ook een hoopvolle internationale beweging. Tijdens de Paralympische Spelen in Parijs voelde alles volwaardig: professioneel georganiseerd, veel publiek, en volop aandacht. “Dat geeft hoop voor de toekomst van de parasport.”

Een steun in de rug

Wat ze zou zeggen tegen ouders die twijfelen of sport iets is voor hun kind met een beperking? “Blijf het bespreekbaar maken,” zegt Hester. “Wat zijn de mogelijkheden? Wat houdt je tegen? En wat is er nodig om die drempels weg te nemen?”

Sport draait niet alleen om het kind zelf, merkt Hester. “Het brengt ook ouders bij elkaar,” vertelt ze. “Ze vinden herkenning, delen hun verhalen. Soms komen ze nog terug, zelfs als hun kind er niet meer is, omdat ze zich zo verbonden voelen met die wereld.” Die sociale verbinding rond het sporten is volgens haar minstens zo belangrijk als het sporten zelf. “Ouders voelen zich gezien, begrepen. Dat is niet te overschatten.”

Meedoen maakt gelukkig

Uiteindelijk is het volgens Hester heel simpel. “Als een kind mee kan doen, gebeurt er iets. Ze worden gezien, ze voelen zich onderdeel van een groep. Dat heeft een enorme impact op hun zelfvertrouwen en sociaal-emotionele ontwikkeling. En dat geldt óók voor ouders. Als jouw kind meedoet in een team, is dat van onschatbare waarde.”

Meedoen is niet altijd vanzelfsprekend. “Gelukkig zijn er organisaties zoals Foppe Fonds, die gezinnen net dat extra steuntje kunnen geven. Een sportrolstoel, een fiets, de contributie – het kan het verschil betekenen tussen aan de zijlijn staan of écht meedoen.”

Dankzij Foppe Fonds krijgen steeds meer kinderen die kans. Want meedoen maakt gelukkig.

Volg ons op social media